Mee in de reis van adoptie | Deel 5

02-03-2018 om 08:11 uur

Onze eerste echt week samen is turbulent. We moeten echt wennen aan elkaar. Natuurlijk is dit logisch, maar ookal verstaan hun ons al aardig, wij snappen echt bijna niets van wat hun zeggen. En dat maakt het allemaal toch een stukje lastiger. 

Ze hadden vrij snel door dat je met handgebaren duidelijk kan maken dat je wil eten of drinken of naar de wc moet, maar verder? Hoe maak je duidelijk dat je iets eng vind, boos of juist verdrietig bent en waarom dat dan is, of er juist iets is dat je allerlievelings is.

Hierdoor ontstaan er af en toe wat driftbuien. Deze horen erbij uiteraard maar het is even aftasten. Als je je kind van baby af aan bij je hebt kan je je kind vaak als ze (bijna) 4 en 5 zijn wel aardig lezen. Heb je al een hoop meegemaakt met ze en weet je wat wel en niet werkt. Aangezien wij onze jongens nu een dikke week kennen is dat lezen wat lastig. Dus we doen wat goed voelt, gaan uit van wat onze ouders deden, wat we zelf fijn vonden en wat we hebben geleerd tijdens de cursussen. En dat alles wordt één grote mengelmoes van proberen. 

Zo vinden ze hun nieuwe achternaam maar niks. Dus we maken naambordjes met onze namen die we op onze shirts plakken. Maken er foto's van en sturen deze door naar het thuisfront. En dan na een halve dag slaan ze daarin al om. Ze doen hun best om de naam uit te spreken en begrijpen dat we dan alle vier dezelfde achternaam zullen hebben en dat vinden ze maar wat stoer.

Ook hebben we bidons gekocht. De bekers wilden nog weleens omvallen of omgestoten worden. Soms perongeluk, soms expres. Maar het is nou eenmaal makkelijker om zeker in het begin je over zulke kleine dingen niet druk te maken. Dus daar verzinnen we iets op en we laten ze beide een mooie bidon uitzoeken.

Dat zijn kleine dingen die we snel en makkelijk op kunnen lossen. Maar dat werkt niet met alles zo.

Als R een paniek of driftaanval heeft blijven we op afstand zitten met onze armen wijd hem rustig vertellend dat wat hij voelt allemaal mag, er allemaal bij hoort en dat we hem graag willen helpen. En stapje voor stapje op zijn eigen tempo eindigt hij telkens weer in onze armen. 

S is een ander verhaal, die gaat uit. Zo noemen wij het dan. S kan de halve dag doorbrengen kijkend naar een keukenkastje. Hij sluit zich volledig af voor alles wat er om hem heen gebeurd. En kom daar maar eens doorheen. Dan heb ik toch liever een huil- of driftbui hoe hard dat ook klinkt. We kunnen tegen S aanpraten wat we willen maar het komt niet door, het is echt net of hij uit staat. Na een aantal dagen schakelen we hulp in.

Tenminste, dat proberen we..... De vrouw die we aan de telefoon krijgen is echt geen hulp. Hopelijk hebben we net de verkeerde want als dit toch DE hulplijn moet zijn dan hebben een hoop adoptieouders een probleem. Die avond zit ik half huilend met het thuisfront aan de telefoon. Aan de ene kant gaat het zo goed. Lachen ze, hebben we lol, eten ze goed, zien we mini stapjes wat de hechting aangaat. We spelen spelletjes, lezen voor, doen boodschappen en halen af en toe een ijsje verderop in de straat. Maar aan de andere kant is hoe het met S gaat zo zwaar. Je wilt je kind helpen maar voor ons gevoel hebben we alles al geprobeerd.

En dan komt daar de beste tip  die ik ooit zal krijgen. Mijn vader, die zich nooit  ergens mee bemoeid, zegt tegen me. Jullie zijn zijn ouders en dat zijn jullie niet voor niks, er is een geweldige match gemaakt. Jij bent zijn moeder en als je alle regeltjes en boeken vergeet weet je precies wat je moet doen. Kijk naar je kind en help hem. 

En dat doen we dan ook en het werkt, natuurlijk werkt het! De volgende dag zit ik in de keuken naast S terwijl R met papa buiten verstoppertje aan het spelen is. Ik hoor gegiebel van buiten komen en af en toe een gilletje als hij schrikt van zijn vader die ineens de bocht om komt. Ik zou willen dat S ook al zo kon zijn. Zo vrij, zich zo zou kunnen overgeven aan het hechten. Maar elk kind is anders en zo werkt het niet. En daar zitten we dan in de keuken. We zitten zij aan zij te kijken naar hetzelfde keukenkastje als ik zachtjes liedjes begin te zingen die hij ook kent. Halverwege het derde liedje hoor ik zacht  geneurie van rechts komen. Een paar zinnetjes later begint hij langzaam mee te zingen en nog iets later ligt zijn hand op mijn hand.

Zo zingen we nog wat, dan staat hij op. Zegt iets in het Hongaars met een kleine glimlach op zijn mond en loopt naar buiten om met zijn broer en vader mee te gaan spelen! Ik loop met wat koekjes en drinken in mijn handen naar buiten en zo zitten we even later heerlijk smullend met zijn allen op ons trapje. We zijn trots, gelukkig en kunnen alleen maar naar die knappe koppies kijken. Wij kunnen dit met zijn vieren!

 

Producten | Bestelinformatie | Veelgestelde vragen | Algemene Voorwaarden | Kika Beren | Over Ons | Veiligheid & Privacy | Contact